“In het kleine sjoeltje van Zuidlaren – plaats van samenkomst van de Progressief Joodse Gemeente Noord-Nederland – brandt altijd een lampje, het ner tamid, het ‘eeuwige licht’. Enkele jaren geleden waarschuwde een voorbijgangster degene die de sjoel afsloot na een dienst, dat er nog licht brandde. Waarop haar verteld werd dat ze juist moest waarschuwen wanneer het lichtje niet meer zou branden.
Dit altijd brandende lampje in de synagoge is een voorbeeld van de bijzondere betekenis van ‘licht’ in de joodse traditie. Dit ner tamid herinnert aan de zevenarmige kandelaar die in de Tempel stond. Dit lampje brandt meestal voor de aron hakodesj, de kast waarin de Torarollen staan en symboliseert de goddelijke aanwezigheid, de sjechina en het verwijst naar de Tora als eeuwig licht dat op onze weg schijnt. Zonder Tora, zonder ‘Weisung’ kunnen wij niet leven. Spreuken 20:27 spreekt van ‘Een lamp van de Ene is de levensadem van een mens.’ Een andere vertaling luidt: ‘Een licht van de Eeuwige, is de ziel van de mens.’”
Lees het hele verhaal van Tea Rienksma op de site van de commissie.